Welke fotocamera?

scherpediepte_featured

Regelmatig vragen cursisten welke fotocamera ze moeten aanschaffen. Het aanbod is tegenwoordig zo groot dat de keuze inderdaad niet eenvoudig is. Maar met de aandachtspunten uit dit artikel wordt de keuze een stuk eenvoudiger.

INHOUDSOPGAVE

    Bij de meeste fotografen wordt de keuze voor een nieuwe camera voor een groot deel bepaald door de vraag met welke camera ze eerder hebben gewerkt. Ik heb bijvoorbeeld flink geïnvesteerd in objectieven voor Nikon DX. Dat maakt het voor mij een kostbare zaak om over te stappen naar een camera met een full frame sensor – ik zou dan bijna alle objectieven opnieuw moeten aanschaffen. Dat geldt natuurlijk ook als ik met Canon of een ander merk wil gaan fotograferen. Dat ik voor het kleinere DX-formaat heb gekozen komt enerzijds doordat Nikon toentertijd nog geen camera’s met een full frame-sensor aanbood, maar anderzijds ook omdat ik veel aan macrofotografie deed en dan is een kleinere sensor beter.

    Ga je alles opnieuw aanschaffen, dan maakt het natuurlijk niets uit welk merk of type camera je eerder hebt gebruikt. Maar kiezen is dan eigenlijk veel moeilijker 😉

    DSLR-camera

    DSLR staat voor Digital Single Lens Reflex. DSLR op Wikipedia: Engelstalig / Nederlandstalig.

    In de professionele fotografie spelen, als het op DSLR-camera’sDSLR-camera aankomt, eigenlijk alleen Nikon en Canon nog een rol van betekenis. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat andere cameramerken niet door professionele fotografen worden gebruikt. Een echte fotograaf zal zeggen dat de apparatuur weinig uitmaakt – om direct daarna te zeggen dat merk A nét iets beter is dan merk B. Ik heb een voorkeur voor Nikon omdat de objectieven over het algemeen nét iets beter zijn dan die van Canon. Maar in de sportfotografie heeft Canon van oudsher een goede naam omdat de automatische scherpstelling bij Canon razendsnel is – nét een tikkie sneller dan die van Nikon, volgens kenners. Toch zie je ook bij voetbal steeds meer Nikon-camera’s verschijnen omdat Nikon (op dit moment) beter presteert in slechte lichtomstandigheden.

    Sensor van een digitale fotocamera.

    De afmetingen van een full frame-sensor zijn gelijk aan die van een negatief van een kleinbeeldcamera: 36x24mm. Een APS-C is ongeveer 24x18mm.

    Nikon/CanonIk heb gemerkt dat Nikon voor het beeld meer gebruikmaakt van helderheidsverschillen, terwijl Canon meer het kleurverschil benadrukt. Het is een klein verschil, maar wel merkbaar. Misschien is het een kwestie van het veranderen van de standaardinstellingen, maar bij Canon zie ik dikwijls een wat overdreven kleurverzadiging. Ik zeg niet dat het verkeerd is, maar het is niet mijn smaak.

    Full frame of niet?

    Dan het verschil tussen een kleinere sensor en een full frame-sensor. Het belangrijkste verschil is de scherptediepte. Als je veel scherptediepte nodig hebt, is de kleine sensor beter. Denk daarbij aan reportagefotografie en macrofotografie. Maar als je juist een kleine scherptediepte nodig hebt, zul je voor full frame kiezen. Dat geldt bijvoorbeeld bij portretfotografie in de studio. Ik werkte vroeger met een Hasselblad-cameraHasselblad (6×6) omdat de benodigde langere brandpuntsafstanden (in vergelijking met kleinbeeld) een erg mooie onscherpte van de achtergrond opleverden.

    Dat verschil bestaat nog steeds. Kleinere sensors leveren een grotere scherptediepte omdat voor een zelfde beeldhoek een kleiner brandpuntsafstand kan worden gebruikt. Wie heel weinig scherptediepte wil hebben, kan nog steeds een Hasselblad kopen. Die werkt nu niet meer met negatieven van 54x54mm, maar met een 60 megapixel-sensor sensor die twee keer zo groot is als wat bij DSLR-camera’s full frame wordt genoemd. Daar hangt een flink prijskaartje aan, maar de onscherpte van de achtergrond –Bokehbokeh wordt dat genoemd- is prachtig.

    Maar het blijft een kwestie van smaak.

    Met een geringe scherptediepte komt de voorgrond mooi 'los' van de achtergrond.

    Met een geringe scherptediepte komt de voorgrond mooi ‘los’ van de achtergrond. Dat is met een kleine sensor ook te bereiken, maar er moet dan eerder met een telelens worden gewerkt en daardoor moet ook meer ruimte tussen de camera en het voorwerp aanwezig zijn – die ruimte is niet altijd beschikbaar.

    Functies

    RAW is de (nagenoeg) ongewijzigde informatie direct uit de sensor. Het biedt ongeveer twee stops belichtingsspeelruimte ten opzichte van JPEG-opnamen.

    Naarmate de prijs van de camera stijgt, neemt het aantal speciale functies af. Dat is logisch, want een beroepsfotograaf wil niets aan het toeval van de ingebouwde software van een camera overlaten. Al die leuke voorkeurinstellingen zijn er alleen om het gebrek aan vaardigheid van de fotograaf te verbloemen. Bovendien doen ze niets als je in RAW fotografeert. Minimum eisenDe enige zaken die een professionele camera per se moet hebben zijn:

    App PhotoReview

    Het histogram in de linker bovenhoek laat zien dat de foto geen overbelichte of onderbelichte pixels bevat.

    • volledig handmatige instelling van scherpstelling, gevoeligheid, diafragma en tijd,
    • correctie van de belichtingsmeter,
    • belichtingsautomaat met tijdvoorkeuze en diafragmavoorkeuze,
    • opslag van de foto’s in RAW-formaat,
    • een histogram-functie om de belichting te beoordelen,
    • automatische scherpstelling – afgestemd op je werkzaamheden.

    FlitserAlle andere zaken, inclusief de ingebouwde flitser, zijn echt alleen aanwezig omdat amateurfotografen ze nodig hebben. Over de flitser gesproken… schaam je er niet voor om bij je camera een goede flitser te kopen die helemaal is afgestemd op de elektronica in de camera.  Een flitser is geen teken van amateurisme – slecht flitsen wel, maar dat is weer een ander verhaal.

    Bij vrijwel iedere camera kun je de scherpstelling ‘vasthouden’ door de ontspanner half in te drukken. Richt het midden van de camera dan eerst op dat deel wat je scherp wilt hebben, druk de ontspanner half in, bepaal de gewenste beelduitsnede en druk de ontspanner helemaal in.

    AutofocusDe automatische scherpstelling moet goed zijn afgestemd op je werkzaamheden. Een sportfotograaf moet volledig kunnen vertrouwen op een razendsnelle automatische scherpstelling, maar een portretfotograaf zal dikwijls met de hand scherpstellen of de automatische scherpstelling alleen als leidraad gebruiken. Het grote prijsverschil tussen camera’s wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door vier kenmerken en de kwaliteit van de automatische scherpstelling is daar één van. Mechanische kwaliteitDe andere drie redenen zijn het aantal opnames dat per seconde kan worden gemaakt, het spatwater- en stofdicht zijn en het materiaal van de behuizing, kortom: de mechanische kwaliteit. Als je voor je werk in de regen langs de lijn hooligans van je lijf probeert te houden, zijn dat allemaal goede redenen om een dure camera te kopen. In andere gevallen kun je met de camera’s uit de lagere prijsklasse ook goede foto’s maken.

    ErgonomieDe beperkte functies die voor professioneel gebruik noodzakelijk zijn, moeten natuurlijk wel goed te gebruiken zijn. Niet bij iedere camera zijn de knoppen ergonomisch verantwoord aangebracht. Controleer of je bij de handmatige instelling snel met de rechterhand de tijd en het diafragma kunt instellen terwijl je de camera met de linkerhand vasthoudt en door de zoeker kijkt. Controleer ook of je zonder veel handelingen de foto’s en de bijbehorende histogrammen kunt bekijken. Je kunt dan gelijk kijken of de camera prettig in de hand ligt. Er zijn fotografen die zeggen dat een Canon prettiger te hanteren is voor mensen die kleine handen hebben. Probeer het zelf uit.

    Zoeker

    Bij een reflexcamera kijk je ‘door de lens’ – daar heeft het systeem zijn naam aan te denken. MonitorMaar steeds vaker kan ook het beeldschermpje achter op de camera worden gebruikt om de uitsnede te bepalen. Dat is nodig als de camera ook gebruikt wordt voor video-opnames. Maar het is ook onmisbaar bij het fotograferen onder onhandige hoeken. Nog handiger is de wegklapbare monitor. Bij macrofotografie hoef je dan niet in de modder te liggen en als bij een persconferentie vier rijen andere fotografen in de weg staan houd je de camera boven je hoofd terwijl je nog steeds kunt zien wat je fotografeert.

    Belangrijker dan het gemak van de wegklapbare monitor is het kijkgemak van de optische zoekerOptische zoeker. Er is een groot verschil tussen camera’s als het gaat over de manier waarop het beeld in de zoeker wordt weergegeven. Daardoor kan het beeld opmerkelijk klein lijken (lastig bij het scherpstellen) of moet je je oog heel precies voor de zoeker plaatsen om het gehele beeld te zien (lastig bij het snel bepalen van de gewenste uitsnede). Het is echt aan te bevelen diverse merken en zelfs verschillende typen binnen een merk met elkaar te vergelijken. Probeer wel bij alle vergelijkingen een zelfde soort objectief te gebruiken omdat anders de helderheid van de zoeker en lichtafval naar de hoeken moeilijk te vergelijken zijn.

    Video

    Je kunt je afvragen of je de fotocamera ook wilt gebruiken voor video. Ik twijfel daar nog steeds over. De Sony PMW-EX3Sony PMW-EX3 / PMW-200 en PMW-200 die ik normaal voor video gebruik hebben alle bedieningselementen precies op de juiste plaats zitten. Door de grotere sensor biedt mijn Canon 5D MkII bij video een prachtige film-achtige scherptediepte. Heel geschikt voor opnames waarbij je alle tijd hebt om in te stellen en opnames nog een keer over te doen. Maar toch gebruik ik de Canon nauwelijks omdat de bedieningselementen ontworpen zijn voor een fotocamera en dat werkt erg onhandig als je wilt filmen – zelfs met de aanschaf van allerlei hulpmiddelen blijft het behelpen. Ik durf niet te zeggen welke camera -Nikon of Canon- een betere kwaliteit video oplevert. Ik ken de veelgebruikte Canon 5D, maar ik heb nog nooit een Nikon gebruikt om video op te nemen. Mocht je video willen opnemen, dan moet je een camera kiezen die minimaal 1080/25P opneemt (niet 720/25P).

    [Onderstaande content wordt uitgeserveerd via een andere website.]

    Deze video, gemaakt met een Canon 5D-MkII en een AF-S VR-Nikkor 70-200MM 1:2.8G (via een adapter), laat zien dat een extreem geringe scherptediepte kan worden bereikt.

    Objectieven: goedkoop = duurkoop

    Kit-aanbieding

    Kijk uit met ‘kit’-aanbiedingen. Het meegeleverde objectief heeft lang niet altijd dezelfde kwaliteit als de camera.

    Voor de rest geldt dat een dure camera met een goedkoop objectief veel minder goede foto’s oplevert dan een goedkope camera met een goed objectief: investeer in goede objectieven. Laat onbekende merken links liggen, gebruik het liefst de objectieven van de camerafabrikant. Het mixen van verschillende merken leidt dikwijls tot kleur-kleur- en contrastverschil en contrastverschil. Ga ook niet voor gigantische zoomobjectieven. De beste kwaliteit wordt geleverd door objectieven met een vast brandpuntsafstand. Als compromis kun je kiezen voor objectieven met een beperkt zoombereik.

    Over de keuze van een of meer objectieven heb ik een een apart artikel geschreven: Welk objectief?

    Beeldstabilisatie

    In het algemeen geldt dat de langste uit de hand te nemen belichtingstijd gelijk is aan 1 gedeeld door de brandpuntsafstand. Met een vaste hand en/of beeldstabilisatie kunnen langere belichtingstijden zonder statief worden gebruikt.

    Beeldstabilisatie is vooral van belang bij lange belichtingstijden en/of lange brandpuntsafstanden. In het algemeen is de langste belichtingstijd die je nog uit de hand kunt nemen gelijk aan 1/brandpuntsafstand1/brandpuntsafstand seconde. Met andere woorden: bij een 200mm objectief kun je belichtingstijden korter dan 1/200ste seconde uit de hand nemen. Een ervaren fotograaf met een vaste hand zal dikwijls nog betere resultaten boeken. Maar wie een belichtingstijd van 1/25ste seconde bij een 200mm-objectief wil gebruiken, heeft een statief nodig of een goed beeldstabilisatiesysteem.

    Grofweg zijn er drie soorten beeldstabilisatie:

    • met een bewegende lens in het objectief (bijvoorbeeld Canon IS, Sony Nex OSS, Nikon VR, Sigma OS, Tamron VC),
    • in de camera (bijvoorbeeld Sony Alpha OS).

    Bij beeldstabilisatie in het objectief, kan de techniek optimaal worden aangepast aan het objectief en daarom kiezen de meeste fabrikanten hier voor. Maar bij stabilisatie via de beeldsensor kunnen ook oudere objectieven gebruik maken van beeldstabilisatie. De vraag welke stabilisatie je kiest is dan van secundair belang geworden: je kiest immers voor een bepaalde fabrikant en die biedt alleen zijn eigen oplossingen. Ik denk dat er op dit moment bij de grote fabrikanten geen uitgesproken slechte stabilisatiesystemen zijn.

    Om een belichtingstijd van 1/10de seconde te krijgen, moest worden gediafragmeerd tot F20. Een objectief presteert meestal het best bij F8 of F11.

    Beeldstabilisatie van een 200 mm Nikon-objectief bij een belichtingstijd van 1/10de seconde. Klik op een foto voor een grote weergave.

    Maar hoe zit het met megapixels?

    Minder pixels kunnen soms betere resultaten opleveren. De Nikon D4 heeft ‘slechts’ 16,2 megapixels, maar heeft een maximale gevoeligheid van ISO 204800. De D600 heeft 24,3 megapixels en gaat niet verder dan ISO 25600.

    In veel gevallen is een opname met zes megapixels al voldoende voor een afdruk van 60×40 centimeter – een grote foto is nu eenmaal niet bedoeld om van dichtbij te bekijken. Dat betekent dat je niet gauw camera’s tegen zult komen met te weinig pixels. Zelfs smartphones hebben tegenwoordig al ruim voldoende pixels – maar toch is de fotokwaliteit van zo’n telefoon niet om over naar huis te schrijven.

    Nachtopname met ruis

    Deel van een nachtopname, gemaakt met een Nikon D70 (2005). Duidelijk is de ruis in de lucht te zien. De inzet laat de totale foto zien.

    Belangrijker dan het aantal megapixels, is de grootte van de pixels en de manier waarop de foto wordt opgeslagen. Als de pixels erg klein worden, zoals bij de minuscule sensor van een telefoon, zal meer ruis ontstaan. Bovendien worden foto’s in smartphones en compactcamera’s erg sterk gecomprimeerd opgeslagen en dat is ook niet bevorderlijk voor de kwaliteit. Kortom: meer pixels is niet altijd beter. Kies liever een camera met een grotere sensor en wat minder pixels, dan een compactcamera met ‘duizendmiljard’ megapixels want dat is voor een belangrijk deel reclamepraat. Ga je voor de hoge getallen, dan is het verstandig ook naar de afmetingen van de sensor te kijken. Bij 24 megapixels op een APS-C sensor krijgt iedere pixel de helft (of minder) van de ruimte die een pixel op een full frame-sensor heeft. RuisHoe kleiner de pixel, des te groter de kans op ruis. Ruis kan gedeeltelijk met Photoshop worden verwijderd, maar dat gaat ten koste van de details, dus ten koste van de resolutie. Kortom, veel pixels én veel ruis levert geen voordeel op. Professionele camera’s die goede prestaties bij slecht licht leveren, hebben daarom dikwijls een relatief gering aantal megapixels.

    Verband tussen megapixels en afdrukgrootte

    Uitgaande van een breedte:hoogte-verhouding van 3:2 toont deze grafiek tot welk formaat een foto met een bepaald aantal megapixels kan worden afgedrukt. Voor drukwerk wordt meestal uitgegaan van 300 pixels per inch, terwijl voor prints 150 pixels per inch voldoende is. In de praktijk zijn bij erg grote afdrukken nog minder pixels per inch nodig.

    Conclusie

    Welke camera je nodig hebt is afhankelijk van budget, gebruiksdoel en persoonlijke voorkeur. Misschien wil je het mooiste en het beste kopen, maar je weet natuurlijk ook dat het de fotograaf is die het moet doen. Als je geen oneindige hoeveelheid geld te besteden hebt -eerlijk gezegd hebben de meeste fotografen dat probleem- dan is het verstandig het meeste geld uit te geven aan een of meer goede objectieven. De camera is van ondergeschikt belang. Het merk van de camera is dat ook. Koop wel een camera waarvoor voldoende goede objectieven beschikbaar zijn, gewoon voor als het schip met geld binnenkomt.

    Miriam van der Have is vakfotografe en docente. Bij Emday is zij verantwoordelijk voor de inhoud van de cursussen.

    Verberg commentaar'Toon commentaar

    Reageer...

    You must be logged in to post a comment.

    Voorjaarsaanbieding!

    Bij de cursus Adobe InDesign Druk & Print, Adobe InDesign Digitaal Publiceren, Adobe Illustrator of CorelDraw, Adobe Photoshop Prepress of Adobe Photoshop Web in maart geldt een voorjaarskorting van 100 euro excl. btw! Of ontvang een prachtig tekentablet cadeau: een Wacom Intuos Pro Pen & Touch Tablet S (onder voorbehoud beschikbaarheid apparatuur, aanbiedingen worden niet gecombineerd).